Terug naar nieuwsoverzicht

Theehandelaar 200 jaar - van paard en wagen tot koninklijk predicaat

Door Koffie & Thee Nederland | 29 januari 2020

Voor theehandelaar Van Rees Group, lid van Koffie & Thee Nederland, was 2019 een bijzonder jaar: ze vierden hun 200-jarig jubileum én ontvingen het predicaat Koninklijk. We blikken met Jan Mostert, general manager van Van Rees kantoor Rotterdam, en Chiel Smit, trader, terug op 1819, toen Jan van Rees begon. Is er in 200 jaar veel veranderd in de theewereld, of valt dat eigenlijk wel mee? Een paar sprongen in de tijd:

1819 - Paard en wagen

Het is 1819. Jan van Rees gaat met paard en wagen langs de deuren in Zwolle, om zijn thee aan de man te brengen. Hij verkoopt pakjes van 100 of 250 gram losse thee, die hij vermoedelijk via Engelse handelaars uit China en Indonesië haalt. De markt ligt open, nu er sinds twee jaar geen VOC-stempel meer vereist is om thee te mogen verhandelen. Zijn assortiment groeit en in 1870 verkoopt hij groene en zwarte thee, in verschillende kwaliteiten.

1950 – Theebranche promoot sterkere thee

De Van Rees Group bouwt aan een internationaal netwerk. Ondertussen maakt de theebranche in Nederland reclame. In de Tweede Wereldoorlog raakten Nederlanders door schaarste gewend aan slappe thee. Via diverse campagnes willen ze consumenten ervan overtuigen dat sterke thee lekkerder is. Een van de middelen die ze inzetten, is een groter ‘theemaatje’ om de thee ruimer mee te doseren – en de verkoop op te schroeven.

2019 – Koninklijk predicaat

In 2019 heeft de Van Rees Group 12 kantoren over de hele wereld. Ze hebben een netwerk van producenten in 15 landen. De Van Rees Group stimuleert medewerkers ervaring op te doen in het buitenland, via trainingsprogramma’s. En de 50 traders en blenders proeven elke dag thee. Dat blijft onveranderd. Jan Mostert en Chiel Smit laten trots zien hoe ze de thee proeven en de kwaliteitsverschillen vaststellen.

Sinds de jaren ’80 zijn er geen familieleden van de oprichter meer werkzaam in het bedrijf. Wel waren Jan Maarten en Jan Wijnand van Rees, nazaten van oprichter Jan van Rees, eregasten op het jubileumfeest. De 150 genodigden werden daar verrast met de uitreiking van het predicaat Koninklijk. Smit: “Dat predicaat krijg je niet zomaar. Ons bedrijf is grondig doorgelicht en uiteindelijk bepaalt de koning of de onderscheiding toegekend wordt. Het is een kroon op onze betrouwbaarheid, onze expertise en de kwaliteit die wij leveren.”

Is er de laatste 200 jaar iets veranderd aan thee?

Mostert: “Thee is een traditioneel product, dat in de basis niet veranderd is. De enige écht grote verandering is de ontwikkeling van het theezakje en de daarbij behorende fijnere malingsgraad, volgens de cut-tear-curl-methode (ctc). En natuurlijk komen en gaan trends; de markt ziet er elke 10-15 jaar anders uit. Jan van Rees verkocht in de 19e eeuw al groene thee, maar die verloor later populariteit. Eind 20e eeuw maakte groene thee echter een come-back. Nu zien we juist een enorme toename van verschillende smaakjes en kruideninfusies, met de nadruk op gezondheid. Ook het productieproces en de verpakkingsmaterialen worden onder de loep gelegd: kan het duurzamer of socialer?”

Afbeelding – Chiel Smit, trader, en Wout van Gelder, masterblender, proeven thee

Industrie verduurzamen

In veel theelanden is er op sociaal-economisch gebied nog veel te doen. Mostert: “Wij zetten ons actief in om de industrie te verduurzamen. We hebben intensief contact met producenten. En het blijft niet bij praten: we financieren projecten en voeren ter plaatse audits uit op het gebied van bijvoorbeeld kinderarbeid en pesticiden. In Malawi werken we in 2020 aan een eerlijk salaris voor theeplukkers, hoger dan het minimumloon. En in Vietnam ondersteunen we boeren via een lokaal project om thee met minder pesticideresiduen te verbouwen én meer inkomen te genereren.”

Vol vertrouwen

Nu de wereld dankzij internet steeds kleiner wordt, kunnen theeverkopers hun thee gemakkelijker direct in het land van herkomst inkopen. Toch merkt de Van Rees Group daar weinig van. “Juist door ons uitgebreide internationale netwerk, kunnen we een constante kwaliteit leveren. Als het weer, de economie of de politiek in het ene land tegenzit, hebben we voldoende aanvoer uit een ander land. De komende 200 jaar zien we dus met vertrouwen tegemoet”, aldus Mostert.